Vroeger stookten wij thuis nog met een kolenkachel. Er ging veel brandstof in en er kwam betrekkelijk weinig warmte uit. Tegenwoordig zijn de kachels een stuk zuiniger, maar ook nu geldt dat de manier van stoken bepaalt hoeveel warmte u overhoudt. In dit artikel leest u hoe u het vuur aanmaakt, hoeveel hout u bijlegt, hoe u de luchttoevoer instelt en welke fouten u de meeste warmte kosten.
Waarom efficiënt stoken loont
Een kachel die goed brandt, geeft meer warmte en minder rook. U verstookt dus minder hout voor hetzelfde resultaat, en aan het einde van een seizoen scheelt dat een aardig bedrag.
Daar komt bij dat een schone verbranding beter is voor uw kachel en voor de buurt. Rook die u ruikt, is eigenlijk brandstof die niet is verbrand. Die warmte verdwijnt ongebruikt door de schoorsteen naar buiten.
Verwarmen is natuurlijk maar één onderdeel van een zuinig huishouden. Wilt u breder kijken naar duurzaam wonen en energie besparen, dan is daar online veel over te lezen.
Het begint bij droog hout
Wie zuinig wil stoken, begint bij de brandstof. Vers gekapt hout bevat ongeveer vijftig procent vocht. Voordat u dat kunt gebruiken, moet het jaren buiten liggen. Bij zachte houtsoorten is dat zeker een jaar, bij hardhout twee jaar en bij eiken zelfs twee tot drie jaar.
Kiest u voor haardhout dat ovengedroogd is, dan hoeft u niet te wachten. Dat hout is teruggedroogd tot maximaal twintig procent vocht en kan meteen de kachel in.
Het verschil merkt u onmiddellijk. Vochtig hout moet eerst zijn eigen water verdampen, en die energie gaat verloren. U krijgt minder warmte, meer rook en meer aanslag in het kanaal. Dat laatste is bepaald geen kleinigheid, want slecht gedroogd hout is de meest voorkomende oorzaak van een schoorsteenbrand.
Maak het vuur van bovenaf aan
Vroeger legden wij het papier onderin en het hout erbovenop. Inmiddels weten we dat het andersom beter werkt.
Leg de dikkere blokken onderin, daarboven wat dunner hout en steek het geheel bovenaan aan. Het vuur brandt dan langzaam naar beneden. De rook die uit het onderste hout vrijkomt, gaat door de vlammen heen en verbrandt alsnog.
Het resultaat is minder rook, minder aanslag en meer warmte uit dezelfde stapel. Het is even wennen, maar het is de moeite waard.
Geef het vuur in het begin genoeg lucht
Een vuur heeft zuurstof nodig, zeker in de eerste minuten. Zet de luchttoevoer bij het aanmaken dus helemaal open.
Pas wanneer het hout goed brandt en er een stevige vlam staat, kunt u de toevoer wat terugnemen. Doe dat rustig en niet te ver, want een vuur dat ligt te smeulen geeft weinig warmte en veel rook.
Trekt uw kachel slecht bij het aanmaken? Dan is het kanaal meestal nog koud. Een raam even op een kier zetten helpt dan vaak al.
Leg niet te veel tegelijk bij
De verleiding is groot om de kachel helemaal vol te leggen. Toch werkt dat averechts. Er komt dan te weinig lucht bij het hout, waardoor de verbranding onvolledig blijft.
Leg liever twee of drie blokken tegelijk bij en wacht tot die goed branden voordat u opnieuw bijvult. Zo houdt u het vuur gelijkmatig en haalt u er meer warmte uit.
Kijk ook eens naar het ruitje van uw kachel. Blijft dat redelijk schoon, dan brandt het vuur zoals het hoort. Wordt het snel zwart, dan is er iets mis met het hout of met de luchttoevoer.
Het juiste hout op het juiste moment
Niet elke houtsoort doet hetzelfde. Zachte soorten zoals berken en elzen vatten snel vlam en geven al na enkele minuten warmte. Die gebruikt u het beste om het vuur op gang te brengen.
Hardere soorten zoals eiken, essen en beuken hebben wat meer tijd nodig, maar branden daarna veel langer door. Die legt u erop zodra het vuur eenmaal goed staat.
Ook de maat van de blokken telt mee. Kleine stukken branden snel en heet, grote blokken geven hun warmte langzamer af. Begin dus klein en bouw rustig op.
De meest gemaakte fouten
| Veelgemaakte fout | Wat u beter kunt doen |
|---|---|
| Te veel hout tegelijk | Leg twee of drie blokken bij en wacht tot ze goed branden |
| De lucht te vroeg dichtzetten | Geef bij het aanmaken volop lucht en neem pas later wat terug |
| Stoken met vochtig hout | Gebruik hout met maximaal twintig procent vocht |
| Grote blokken bij een klein vuur | Begin met dun hout en bouw rustig op naar dikkere blokken |
| De as laten ophopen | Leeg de as op tijd, zodat de lucht er goed bij kan |
| Een zwart ruitje negeren | Kijk dan naar uw hout en de luchttoevoer, want er gaat iets mis |
Onderhoud en veiligheid
Laat het rookkanaal ieder jaar vegen wanneer u regelmatig stookt. Roet hoopt zich sneller op dan u zou denken, en een schoon kanaal trekt nu eenmaal beter.
Leeg daarnaast de as op tijd, zodat de lucht vrij spel houdt. Hang ook een koolmonoxidemelder in de kamer waar de kachel staat, want koolmonoxide is niet te zien en niet te ruiken.
Verder geldt één belangrijke regel: stook alleen schoon, onbehandeld hout. Geverfd of geïmpregneerd hout, spaanplaat en afval horen niet in de kachel. Dat is slecht voor uw kanaal, voor uw gezondheid en voor de omgeving.
Tot slot
Zuinig stoken is geen kunst, het is vooral een kwestie van geduld en gewoonte. Zorg voor droog hout, maak het vuur van bovenaf aan, geef het voldoende lucht en leg niet te veel tegelijk bij.
Doet u dat een seizoen lang, dan merkt u het vanzelf. Minder hout in de mand en meer warmte in de kamer.

Kom snel in contact met een specialist
• Zonnepanelen
• Isoleren
• Warmtepomp
• Zonneboiler
• Glas en kozijnen